Lilly keek naar haar telefoon en wist eigenlijk al wat er zou staan voordat ze het bericht opende.
Hoi! Leuk dat we een match zijn 😊 Hoe was je weekend?
Ze zuchtte.
Natuurlijk.
Hoe was je weekend?
Ze overwoog even om naar waarheid te antwoorden. Dat ze zaterdag de badkamer had schoongemaakt, boodschappen had gedaan en ’s avonds op de bank in slaap was gevallen tijdens een documentaire die ze nota bene zelf had uitgekozen. Zondag had ze koffiegedronken met een vriendin en twee wassen gedraaid. Een prima weekend. Alleen niet bepaald materiaal waarvan een wildvreemde vrouw onmiddellijk zou denken: met háár wil ik oud worden.
Dus typte Lilly wat ze altijd typte.
Goed! Lekker rustig. En dat van jou?
Ze drukte op verzenden en had er onmiddellijk spijt van.
Dit was dus precies waarom ze klaar was met datingapps.
Niet omdat er geen leuke vrouwen op zaten. Die zaten er genoeg. Mooie vrouwen ook. Grappige vrouwen. Vrouwen met interessante banen, leuke foto’s en profielen waarin stond dat ze hielden van reizen, lekker eten en goede gesprekken.
Vooral die goede gesprekken waren kennelijk populair. Lilly had alleen geen idee waar die plaatsvonden, want zij kwam meestal niet verder dan werk, weekendplannen en de vraag of ze nog leuke vakanties in het vooruitzicht had. En dan dat eindeloze appen. Soms dagen. Soms weken.
Iedere ochtend een goedemorgen, iedere avond een slaap lekker, zonder dat ze ook maar enig idee had of ze de vrouw aan de andere kant van het scherm vijf minuten interessant zou vinden wanneer ze daadwerkelijk tegenover haar zat.
Lilly wilde gewoon iemand zien.
Niet meteen thuis hoor, ook niet ergens achteraf en zeker niet ‘kom anders gezellig een wijntje bij mij drinken‘. Gewoon in een café. Openbare plek. Mensen eromheen. Eén drankje. Binnen tien minuten wist je toch al meer dan na drie weken appen? Ze keek naar het scherm.
Ook rustig! Vanmiddag nog lekker gewandeld.
Lilly legde haar telefoon weg.
Ze was er weer klaar mee.
Ze zou haar profiel verwijderen. Straks…
Een uur later zat ze toch weer op de app.
Slappe trut, mompelde ze tegen zichzelf terwijl ze naar links veegde.
Links.
Links.
Twijfel.
Mjah.
Oei… dat is… neeeeeee!
Links.
Jeetje… dat is bijna vrijwilligers werk zeg…
En toen verscheen Marit. Geen foto op een bergtop. Geen zonnebril op alle foto’s. Geen groepsfoto waarbij Lilly eerst moest uitzoeken welke van de vijf vrouwen ze eigenlijk moest beoordelen. Gewoon een vrouw aan een tafel, halflang donker haar, een glas wijn voor zich en een blik in de camera die ergens tussen geamuseerd en uitdagend in zat. Lilly las haar profiel.
Ik hou van mensen die weten wat ze willen, maar van gedachten kunnen veranderen.
Dat was alles.
Nou, vooruit, nog eentje dan, dacht ze.
Ze veegde naar rechts.
It’s a match!
Lilly trok haar wenkbrauwen op.
Vrijwel meteen verschenen de drie bewegende puntjes.
In beeld verscheen het bericht “Mag ik een voorstel doen?
Lilly glimlachte onwillekeurig.
Dat hangt van het voorstel af.
Maximaal tien vragen. Om de beurt. Daarna besluiten we of we samen iets gaan drinken.
Lilly ging iets rechter zitten. Geen hallo. Geen weekend. Geen vakantieplannen.
En als we na vraag vier al weten dat het niks wordt?
Het antwoord kwam meteen.
Dan hebben we zes vragen bespaard.
Lilly lachte hardop.
Deal. Jij begon, dus ik mag de eerste vraag stellen.
Brutaal. Maar vooruit.
Lilly dacht na. Nu moest ze natuurlijk niet alsnog vragen wat Marit voor werk deed.
Ze typte:
Wanneer vind jij iemand aantrekkelijker: als ze je uitdaagt of als ze je op je gemak stelt?
Dit keer duurde het langer.
Allebei. Maar als ik moet kiezen: op mijn gemak. Uitdaging zonder veiligheid is vermoeiend.
Mijn beurt. Waar knap jij sneller op af: iemand die te weinig zegt of iemand die te veel zegt?
Lilly grijnsde.
Te weinig. Ik kan slecht tegen mensen bij wie ik voortdurend moet graven om te ontdekken wat ze eigenlijk bedoelen.
Ze aarzelde en voegde eraan toe:
Ik heb geen schep meegenomen naar een date.
Jammer. Ik wilde net voorstellen naar het strand te gaan.
Lilly keek naar het scherm.
Daar was iets. Nog niets groots. Geen vlinders, geen vuurwerk, geen achterlijke gedachte dat dit misschien wel eens haar kon zijn.
Gewoon IETS. Gemak.
Mijn vraag, typte Lilly . Wat is iets wat mensen vaak verkeerd over jou inschatten?
Deze keer verschenen de puntjes. Verdwenen. Kwamen terug.
Dat ik heel zelfverzekerd ben.
Lilly keek nog eens naar Marits foto’s. Dat had zij inderdaad gedacht.
Ben je dat niet?
Dat is een vervolgvraag. Die kost je er één.
Streng.
Regels zijn regels, Lilly .
Het was de eerste keer dat Marit haar naam gebruikte. Belachelijk dat ze dat merkte. Nog belachelijker dat ze het leuk vond.
Oké. Dan kost hij me er één.
Dan is het antwoord: soms. Ik kan heel goed doen alsof. Mijn beurt. Wanneer heb jij voor het laatst iets gedaan waarvan je vooraf dacht: dit durf ik niet?
Lilly liet haar telefoon zakken.
Verdomme. Dit waren helemaal geen datingappvragen die ze normaal kreeg. Ze dacht na en gaf uiteindelijk een eerlijk antwoord. Niet haar meest kwetsbare verhaal, maar ook niet de gepolijste versie die je aan een vreemde vertelde. Marit reageerde niet met een hartje of wat goed van je.
Ze schreef:
Dus je deed het terwijl je bang was. Dat vind ik interessanter dan nergens bang voor zijn.
Lilly las de zin twee keer. Daarna ging het snel. Niet oppervlakkig snel, maar alsof ze allebei begrepen hadden dat tien vragen weinig waren en je ze dus niet moest verspillen.
Waarover zou je nooit liegen om iemand bij je te houden?
Wat moet iemand begrijpen over alleen zijn voordat ze een relatie met jou kan hebben?
Welke versie van jezelf hoop je nooit meer te worden?
Wanneer voel jij je het meest vrij?
Bij vraag acht lag Lilly languit op de bank met haar schoenen uit en had ze geen idee meer hoe laat het was.
Bij vraag negen vroeg Marit:
Wat zou ervoor zorgen dat je vanavond nog ja zegt tegen een drankje met iemand die je nog nooit hebt ontmoet?
Lilly beet op haar lip.
Dat ze niet drie weken wil appen voordat ze ontdekt dat ik in het echt verschrikkelijk ben.
Handig. Ik heb namelijk nog één vraag.
Lilly voelde iets in haar buik wat verdacht veel op spanning begon te lijken.
Kom maar op.
Half negen. Eén drankje. Café Fier. Openbare plek, midden in de stad. Ja of nee?
Lilly keek naar de klok.
19.42. Ze had achtenveertig minuten.
Dat is technisch gezien geen vraag die iets over mij zegt.
Jawel. Ik kom erachter of je alleen zegt dat je spontaan bent.
Lilly schudde lachend haar hoofd.
Ja.
Het antwoord kwam onmiddellijk.
Mooi. Ik zit achterin. Zwarte blouse. En voor de duidelijkheid: als het ongemakkelijk is, drinken we ons glas leeg en gaan we allebei naar huis.
Dat is misschien wel het aantrekkelijkste wat je tot nu toe hebt gezegd.
Wacht maar tot vraag tien.
Dit wás vraag tien.
Precies.
Om 20.27 uur stond Lilly voor de deur van de bar. Ze voelde zich nerveuzer dan ze wilde toegeven. Dit was het gedeelte waar apps niets over vertelden. Stem. Geur. Manier van bewegen. Of iemand je aankeek wanneer je praatte. Of een stilte prettig voelde of als een gat dat onmiddellijk gevuld moest worden. Ze stopte haar telefoon in haar tas. Geen ontsnappingsroute via een scherm. Binnen was het druk genoeg om anoniem te zijn en rustig genoeg om elkaar te verstaan. Twee vrouwen stonden aan de bar te lachen. Verderop zat een groep rond een hoge tafel. Muziek, glazen, stemmen.
Lilly keek naar achteren. En zag haar. Zwarte blouse. Donker haar. Marit keek op hetzelfde moment haar kant op. Heel even gebeurde er niets. Toen verscheen diezelfde geamuseerde blik van de foto op haar gezicht.
Alleen was ze in het echt anders.
Marit stond op.
Lilly voelde haar eigen mondhoeken omhooggaan.
Tien vragen, dacht ze. Misschien waren het er negen te veel geweest.
Verhalen over biseksuele ervaringen
Spannende verhalen over twee personen
Verhalen over spanningen in groepen
Verhalen geschreven vanuit het ik-perspectief
Verhalen geschreven vanuit het jij-en-ik-perspectief
Verhalen over solo-activiteiten
Verhalen over trio’s
Verhalen geschreven vanuit het zij-perspectief